Plantinstructie

Het graven van een plantgat

De juiste afmetingen voor een plantgat zijn anderhalf keer zo breed als de kluit en ongeveer vijf centimeter minder diep dan de hoogte van de kluit. Een plantgat dient zmet zorg gegraven te worden, waarbij het van belang is dat de wanden van het plantgat niet glad worden afgestoken. Vooral bij een natte bodem en bij klei- of leemhoudende bodems worden de wanden al snel dichtgesmeerd, waardoor de nieuwe wortels er niet in kunnen doordringen. In dat geval moeten de wanden van het plantgat los worden gestoken. Wordt het plantgat met een kraan gemaakt, dan heeft de zogenaamde tandenbak de voorkeur, zodat dichtsmeren wordt voorkomen. De bodem van het plantgat moet goed worden doorgespit om diepere beworteling mogelijk te maken en de capillaire opstijging van het grondwater te bevorderen. Vervolgens dient de doorgespitte laag weer aangedrukt te worden om teveel nazakken van de grond - en daarmee de boom - te voorkomen. Let wel op dat er nooit door de hoogste grondwaterstand wordt gespit, blijf daar minimaal vijftien centimeter boven.

De doorwortelbare ruimte

De ruimte die de boom krijgt in het plantgat is niet de uiteindelijke ruimte die het wortelstelsel zal innemen. De uiteindelijke doorwortelbare ruimte is uiteraard veel groter. Bij de planvorming moet hiermee al rekening worden gehouden. Deze ruimte kan globaal berekend worden met de volgende vuistregel: doorwortelbare ruimte = 0,75 tot 1 m³ per vierkante meter kroonoppervlak. Een boom van de eerste grootte groeit zo’n vierkante meter per jaar in kroonoppervlak, dus zal ieder jaar een kubieke meter teelaarde of bomengrond extra nodig hebben voor de wortelgroei. Voor het inrichten van de groeiplaats is het dan ook cruciaal uit te gaan van de levensduur van de boom. Een paardenkastanje mag bijvoorbeeld tachtig jaar oud worden op zijn groeiplaats. Dan moet deze boom tachtig kubieke meter doorwortelbare ruimte ter beschikking krijgen. Een sierkers van de derde grootte wordt maar dertig jaar oud, krijgt daarmee niet zo’n groot kroonoppervlak en heeft dus maar een doorwortelbare ruimte nodig van vijftien kubieke meter.

'Beter een kleinere of mindere boom in goede grond dan een perfecte boom in slechte grond'

Bodemverbetering

Nieuwbouw tuinen hebben vaak niet de beste grond voor de aanplant van bomen. Soms is er sprake van een verdichte bodem door bouwwerkzaamheden of een voedselarme bodem door het ophogen met (straat)zand. Afhankelijk van de bodem ter plaatse en de functie van het gebied zijn er verschillende manieren om de bodem te verbeteren:

Een verdichte bodem
In sommige gevallen is de bodem rondom een plantgat verdicht, dat wil zeggen dat de bodem door druk is samengeperst. Een menging van verschillende grondsoorten kan verdichting versterken. De wortels van een boom dringen niet door in een verdichte bodem, omdat hierin geen zuurstof aanwezig is. Er ontstaat een ‘bloempoteffect’, de wortels kunnen alleen in het plantgat zelf zuurstof en voedingsstoffen vinden. Dit kan jaren na de aanplant alsnog zorgen voor tegenvallende resultaten en zelfs het afsterven van een boom. Wanneer bij aanplant blijkt dat de plantplaats en de omgeving daarvan sterk verdicht zijn, is het noodzakelijk de grond los te maken door middel van spitten met een kraan.

Verbetering metbomengrond
Bomen hebben een optimale standplaats in bossen. De bosbodem bevat een grote hoeveelheid humus en een complexe variatie aan bodemleven, waaronder veel micro-organismen zoals schimmels. Bodemverbetering met schimmelgedomineerde humuscompost benadert de optimale standplaats van bomen zoveel mogelijk en verrijkt de biologische bodemactiviteit, die er uiteindelijk voor zorgt dat voedingsstoffen beschikbaar komen voor de boom. Humuscompost kan tot maximaal tien procent gemengd worden met schrale teelaarde om een goed groeimedium te vormen.

© 2012 - 2021 Versprille | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel